Wat laat jij opstaan?

27 april 2020 Geplaatst door Geen categorie Geen reactie

Ooit bloembollen gekocht met een handleiding? Meestal vind je aanwijzingen in de trant van: niet te dicht op elkaar poten. Maar de essentiële stappen staan niet op de verpakking. Eigenlijk is er een waarschuwing nodig: ‘pas op, controleverlies!’ Wie een bol in de grond stopt, moet er immers op vertrouwen dat er iets gaat gebeuren. Er zou ook een aansporing kunnen staan: heb geduld. Of een belofte: het mooiste gaat nog komen. Een prachtige narcis bijvoorbeeld.

In de week voor Pasen schreven we een stuk met als kernvraag: wat leg jij in het graf? We stonden verbaasd van het aantal reacties, raakte het een snaar? Deze week willen we een tweede vraag stellen: wat laat jij opstaan? Beide vragen zijn als kop en munt. Je ziet het nergens zo duidelijk als in de natuur. Bij bloembollen of bijvoorbeeld bij vlinders. Eerst moet er iets sterven voordat het tot leven komt. Pasen heeft ook die beide kanten. Het verhaal van Jezus gaat over sterven en opstaan. En Paulus, de stichter van het christendom, spoort mensen aan om diezelfde beweging te maken.


Hij is niet hier, want hij is opgestaan

Het zijn drie vrouwen die op Paaszondag op pad gaan. Ze willen naar hun gestorven Heer. Het evangelieverhaal zegt dat zij op dat moment een engel tegenkomen die hen aanwijzingen geeft: “Hij is niet hier, hij is immers opgestaan, zoals hij gezegd heeft.” Iets van humor klinkt daar wel in door, vinden wij. De toon is er één van ‘Zeg, hebben jullie de gebruiksaanwijzing niet gelezen?’ en ook ‘zou het kunnen dat je bol en bloem met elkaar verwart?’  Narcissen moet je niet onder de grond zoeken. Wat in de natuur seizoenen lang duurt en wat voor mensen een eeuwigheid kan lijken, dat kan God doen in drie dagen. Begrafenisrituelen – dat waar die vrouwen zich druk om maakten – zijn van een seizoen geleden. Het is nu tijd voor andere stappen. Voor de dingen die normaal niet op de verpakking staan: controleverlies, uitdaging én belofte. Alle drie komen ze samen in de fenomenale zin die Pasen samenvat en waarmee christenen elkaar op Paasmorgen sinds eeuwen begroeten: je moet de levende niet bij de doden zoeken.

Wat ga jij anders doen?

We komen nog een keer terug op de beroemde zin van Victor Frankl: je moet niet naar de zin van het leven vragen omdat het leven de zinvraag voortdurend aan jóu stelt. Theologisch laat die zin zich ook zo formuleren: belangrijker nog dan vragen te stellen over de opstanding van Jezus (op zichzelf volkomen terecht) is het om de opgestane Jezus jóu te laten bevragen. De Tsjechische priester Tomás Halík, één van de invloedrijkste theologen in het Westen, zegt dat de opstanding veel verder gaat dan ‘echt gebeurd’. Alleen de focus op dat laatste is hem veel te oppervlakkig. Dat is heel interessant. Veel liberale theologen prenten ons in dat je de opstanding niet letterlijk moet nemen. Halík zegt: natuurlijk wel. Wees niet zo dwaas of rationalistisch dat jij bepaalt wat er kan of niet. Maar geloven in een feitelijke opstanding is geen doel op zichzelf. Voor Halík is het bijna een bijkomstigheid. Zoals ook Paulus het opstaan van Jezus als een startpunt ziet, om daar voortdurend existentiële vragen aan te verbinden, in al zijn nieuwtestamentische brieven. Als Jezus inderdaad is opgestaan: wat zie jíj dan opbloeien? Wat heb je geplant of als bol in de grond gestopt? Voor welke ambitie of verlangen ontstaat er nu ruimte? Of misschien moet er iets groeien dat juist het tegendeel van ambitie is? Misschien staan juist in tijden van Corona kwetsbaarheid en overgave op. Als het leven deze weken de zinvraag stelt aan ons allemaal, welk antwoord zou jij dan graag laten ontkiemen in de volgende fase van je leven? Door zulke vragen goed te stellen, maak je van Pasen meer dan een feest voor christenen. Pasen is bedoeld voor alle mensen en voor heel de schepping. Paus Franciscus drukte het onlangs mooi uit toen hij zei: alles wat in harmonie is met de schepping, is goed. Door de Coronacrisis leren we met elkaar opnieuw dat de dood in geen enkel opzicht van een goede schepping onderdeel kan uitmaken. Dat zou eigenlijk ook nog op dat bloembollenpakket kunnen staan: ‘Help! Ik wil er uit! Ik wil leven!’

Je laat bloemen zien, geen bollen

Pasen 2020 bracht een overvloed aan bollenveld-bezoekers op de been. Teveel onder de huidige omstandigheden. Veel bollenkwekers besloten om eerder dan anders de bloemen van het land te verwijderen. Zonde. Maar geen ramp. Het zijn immers bollen. Volgend jaar een nieuwe kans. Bloembollen moet je niet koesteren. Je zet ze niet in de etalage of op de vensterbank. Daar zet je bloemen neer. Bloemen die het resultaat zijn van bollen die gestorven zijn in de grond en dan tot leven komen. Het is Pasen geweest. Jezus is opgestaan. God is in de christelijke traditie ieder jaar één dag dood, en zelfs dan nog symbolisch. Als een herinnering aan die ene stille zaterdag in de omgeving van Jeruzalem. Die dag, en de daarop volgende Paasmorgen, hebben de geschiedenis beslissend veranderd. Hij leeft. Nu wij nog.

Misschien is je sales onderuit gegaan en daarmee je ego. Misschien was je gewend vooral mensen beter te maken en zag je in de afgelopen weken meer mensen het leven laten dan ooit. Misschien twijfel je aan jezelf. Misschien moet je meer op afstand blijven van je naasten dan je lief is en merk  je dat je bovenal een sociaal wezen bent, zonder contact blijft er maar weinig van je over. Voor jou is er goed nieuws. Leonard Cohen vat het Paasverhaal prachtig samen als hij zingt: There is a crack in everything, that’s how the light gets in. Het is waar: in elke bol zie je een barst.

Het Paasverhaal wordt gekenmerkt door drie essentials: controleverlies! Maar ook: uitdaging. En: belofte. De natuur doet het voor. Wij mensen hebben vrijheid en verantwoordelijkheid. Daarom is het zo’n belangrijke vraag: wat laat jij dit jaar opstaan? En misschien juist vanuit het controleverlies kan en moet de vraag nog iets scherper gesteld; wat zíe jij opstaan?

Utrecht/Amsterdam, 22 april 2020
Sjoerd Hogenbirk en Tim Vreugdenhil

 

Kijk ook eens op https://www.keepthefaith.nl

Wat leg jij in het graf?

10 april 2020 Geplaatst door Geen categorie Geen reactie

Stille tijd
Er komt een heel stil Pasen aan. Veel stiller dan anders, nu we onze dagen in thuisisolatie doorbrengen of op zijn minst onderworpen zijn aan een intelligente ‘lock-down’. We zijn letterlijk stil gezet. Door een virus dat Corona heet. Een virus dat ons confronteert met onze angst(en). Stille week is ook de traditioneel-kerkelijke naam voor de week die aan Pasen vooraf gaat. Een week van inkeer en bezinning, waarin de kruisweg herdacht wordt die Jezus liep vanaf zijn intocht in Jeruzalem (palmzondag) tot Stille Zaterdag, de dag na zijn begrafenis. Sinds Corona ons land heeft bereikt merken we dat we ons continu moeten verhouden tot de nieuwsberichten. Wat is het aantal sterfgevallen vandaag? Zijn we met elkaar de curve wel aan het flatten? Hoe gaat het met mijn baan en met onze economie? Heiligt het doel nog wel de middelen? Er speelt ook een persoonlijke dimensie mee. Onze ouders zijn ouderen. Wat als zij straks Corona krijgen, de IC dan vol ligt en zij niet ‘geprioriteerd’ worden? Misschien nu net geen realiteit, maar mogelijk binnenkort wel? Dat voelt als een steen op onze maag. Een steen die je niet gemakkelijk wegrolt.


De moed om te zijn

Paul Tillich, een Duits-Amerikaanse theoloog van Lutherse origine, schreef een indrukwekkend boekje ‘De Moed om te Zijn’. Sinds de publicatie in 1952 zijn er een half miljoen exemplaren van verkocht. Uniek voor een theologisch werk. Tillich werkt een belangrijke stelling uit: wij mensen kunnen alleen ‘zijn’ – als wij ons ‘niet-zijn’ onder ogen durven komen. Dit niet-zijn kan in deze periode bijvoorbeeld betekenen dat je minder verkoopt dan je lief is als salesverantwoordelijke. Of dat je er achterkomt dat je zelfvertrouwen vermindert omdat je minder verkoopt. Of dat je nu misschien je ouders niet kunt bezoeken in het verzorgingstehuis en je dus een tijd lang niet goed kind kunt zijn. Dit ‘niet-zijn’, aldus Tillich, moet niet worden genegeeerd; zij hoort wezenlijk bij het bestaan zelf. Niet-zijn onderdrukken is het bestaan zelf wegdrukken. Angst is voor Tillich dan ook dat we ‘de eindigheid’ (normaal een abstractie) kunnen ervaren in het hele concrete, namelijk de eindigheid van onszelf.


Onze eindigheid

Corona laat een verre en abstracte dood (‘alle mensen zijn sterfelijk’) opeens heel dichtbij komen. Dat klinkt door in de videoberichten van Italiaanse artsen. Het uit zich in Whatsapp-berichten waarin vrienden iets melden over hun vader, tante of collega op de IC. Het komt binnen op momenten dat we de kwetsbaarheid voelen van onze jonge kinderen. Ook al zitten zij niet in de risicogroep, dan toch…   Victor Frankl, een joodse psychiater die het concentratiekamp overleefde, leerde op die plek – laten we zeggen: met één been in het graf – dat vragen als ‘wat zal mijn carrière me brengen’ of ‘wat maakt me gelukkig’ niet de juiste vragen zijn. Daar ontstond zijn gevleugelde woord: wij moeten niet naar de zin van het leven vragen, omdat het leven de zinvraag voortdurend aan óns stelt. In tijden van Corona voelen we beter aan dat dit een waar en wijs woord is.


De vraag verstaan in het lijden

Als Tillich gelijk heeft dat wij alleen kunnen ‘zijn’ als wij ons ‘niet-zijn’ onder ogen komen, dan hebben we in onze tijd een probleem. Ongelukkig zijn staat tegenwoordig niet hoog aangeschreven. Om maar te zwijgen over de uiterste vorm: die van de rouw. Rouwen is niet te vatten in een Twitterbericht van 280 tekens. Het misstaat op ons Instagram profiel, laat staan dat we ons laten vormen door onze rouw, alsof die ons mogelijk iets te vertellen heeft. We stappen er liever snel overheen of aan voorbij. We tonen liever aan wat we allemaal wel zijn dan dat wij laten zien wat we allemaal ‘niet-zijn’. Natascha van Weezel gaf een paar dagen geleden een interview over het eerste moeilijke jaar na de dood van haar vader. Op de vraag ‘Zijn we in Nederland slecht in rouwen?’ antwoordt ze: “Dat vind ik wel. We hebben geen rituelen meer. Rouwen mag voor een tijdje, maar dan is het: hup, verder, presteren en leuke dingen doen. Maar zo werkt het niet bij rouw. Dat kan ik nu wel met zekerheid vaststellen.” Een cultuur van hup en verder loopt het risico de vragen te missen die het leven en het lijden aan ons stellen. Een onevenwichtige cultuur: zonder ‘niet-zijn’ verschraalt het zijn, in de termen van Tillich.


Stille Zaterdag

Het is verleidelijk om snel over Corona heen te springen: hup, straks weer verder. Zoals het voor christenen verleidelijk is om aan de stille week voorbij te leven. Hup, naar Pasen. Maar het zijn van Pasen krijgt pas diepte als we het niet-zijn zien en voelen. In de Lutherse traditie is over de stille zaterdag vaak gesproken als ‘de dag dat God dood was’. En voor veel tijdgenoten van Jezus was het een dag van diepe desillusie: de man die nauwelijks een week eerder met hosanna was begroet, leeft nu niet meer. Het graf van Jezus bergt niet alleen een dood lichaam maar ook een boel gebroken dromen. En is dat niet de essentie van ieder graf? Dit is een belangrijk spiritueel aanknopingspunt. We kennen de afloop van het verhaal – Jezus staat op. Maar eerst wordt het stille zaterdag. Geen vreemde tussendag, maar onderdeel van Pasen. Eerst not to be en dán to be. That’s the mystery. Een Pasen dat zomaar uit de lucht komt vallen heeft de oppervlakkigheid van hup en verder. Het ware Pasen neemt het ‘niet-zijn’ in zich op.

Uitdaging
Stille zaterdag is een dag om te begraven. Juist in deze tijd is dat een reële vraag. Er sneuvelen immers nog al wat overtuigingen en dromen. Maar nu persoonlijk. Wat betekent het voor jou? Wat sterft er in deze tijd? Wat leg jij in het graf? Van welke overtuiging moet je afstand doen? Dat je onoverwinnelijk bent? Dat je salaris een maandelijkse injectie voor je ego is? Dat de Westerse cultuur de boel onder controle heeft? Dat er altijd plek zal zijn op intensive care? Of mogelijk had of heb in deze dagen daadwerkelijk een uitvaart, heel dichtbij of op enige afstand. Hoe sta je daar bij stil? Mag het ‘niet-zijn’ er deze week zijn? Even niet hup en verder. Wat zou jouw en ons ‘zijn’ daardoor aan diepte en betekenis winnen. Onze oproep is om deze week de angst niet te doven. Er niet een dik laagje chroom over heen te leggen van Netflix-uren, Zoom-calls of de kluslijst voor in huis. Sta stil bij je eigen ‘niet-zijn’. Bij je angst, je gebroken dromen, je verloren geliefden – én bij de vragen die dat aan je stelt. Stille zaterdag is dé dag om te begraven. Juist voor wie durft te geloven dat er daarna nog een dag komt.

Utrecht/Amsterdam, 8 april 2020
Sjoerd Hogenbirk en Tim Vreugdenhil

Opnieuw geboren worden

1 april 2020 Geplaatst door Geen categorie Geen reactie

David Brooks, Amerikaans journalist met een goed gelezen column in de New York Times, schrijft dat we ons deze periode de rest van ons leven zullen herinneren. Niet alleen vanwege alles wat er gebeurt (de tijd dat je weken je huis niet uit kon en de schoolexamens werden afgelast). Voor omdat dit één van de meest betekenisvolle tijdperken van ons leven zal blijken te zijn. Deze crisis is van moreel belang, schrijft hij. In mijn vertaling: een kans om er een beter mens van te worden. Grote woorden. Schieten we daar nu wat mee op? Wat bedoelt Brooks?

Eén van Brooks’ inspiratiebronnen is Victor Frankl, een joodse psychiater die het concentratiekamp overleefde. Frankl realiseerde zich in het kamp dat vragen als ‘wat zal mijn carrière me brengen’ of ‘wat maakt me gelukkig’ niet de juiste vragen zijn. Daar ontstond zijn gevleugelde woord: wij moeten niet naar de zin van het leven vragen, omdat het leven de zinvraag voortdurend aan óns stelt. De wereld verwacht iets van je, leerde Frankl later aan zijn patiënten. Hoe moeilijk je omstandigheden ook zijn, je hebt altijd een verantwoordelijkheid en zelfs een doel om na te streven.

Angela Merkel zei het in haar toespraak tot haar volk: sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog hebben we niet zo’n beproeving meegemaakt. Ik denk dat ik niet de enige ben die, als ik even tijd heb om uit het raam te kijken, bij mezelf denk: dus dít zijn omstandigheden waar Frankl en anderen over schreven. Daarmee gooi ik niet concentratiekamp en corona op één hoop. Ik bedoel dat ik me realiseer dat ik de afgelopen jaren vaak de verkeerde vraag heb gesteld. Vaak voer ik op het kompas ‘hoe maak ik het een beetje leuk voor mezelf’. Ik ben nu eenmaal (ook) een product van een samenleving die met morele vragen een beetje verlegen is. Ook ik had me aangewend om bij veel thema’s iets te denken als ‘dat moet ieder voor zichzelf maar bepalen’. Brooks herinnert me eraan dat het anders kan dan nu even doorzetten en straks weer lekker door. Er is iets anders nodig.

Misschien dat dit een risico is aan hoe we nu van artsen en verplegers nieuwe helden maken. Dan ligt de bal van de moraal bij hen. O zeker: zij doen hun werk – vaak op geweldige wijze. Maar ik? Wat is mijn – wat is onze verantwoordelijkheid? Daar is die vraag van Frankl weer. Welk doel streef ik in deze periode na? En wij met z’n allen? Want dat morele vragen een gezamenlijke verantwoordelijkheid zijn, dringt opeens weer door. Overal zie en hoor ik de roep om een ander soort economie, een ander soort reisgedrag, een ander soort topsport en noem maar op.

Kijk om je heen, zegt Brooks. Voel wat de omstandigheden met je doen, of je nu in New York, Amsterdam of Uithuizermeeden woont. Noodgedwongen streven we nu meer dan anders naar verbinding. We zijn liever voor elkaar. We spreken wat meer van hart tot hart, soms met mensen die we nauwelijks kennen. We worden uitgedaagd om ons betere, scherpere, eerlijkere zelf te zijn. Niet dat dat dat vanzelf gaat. Bij mij tenminste niet. Frankl heeft gelijk: ik heb wel een keuze.

We moeten allemaal onze angst onder ogen zien. Brooks zegt dat hij sinds de crisis uitbrak, rondloopt met een knoop in zijn maag. Die knoop gaat niet meer weg. Dat herken ik. Maar langzamerhand ontdekt hij – en ontdek ik – dat er bronnen bestaan om met die angst om te gaan. Brooks noemt het van morele betekenis of we in staat zijn het uur van de crisis te verbinden aan een groter verhaal, een verhaal van verzoening. Wat je gelooft, is van morele betekenis. Wat je gelooft, kleurt je woorden en je daden. Uit de weeën van de dood kan een sterker zelf worden geboren.

Ik denk dat Brooks die laatste zin expres zo geformuleerd heeft. Het is een mythische (denk aan de feniks die uit zijn as herrijst) en vooral ook een christelijke zin. Alleen wie opnieuw geboren wordt, kan binnengaan in het koninkrijk van God, zegt Jezus ergens. Het zou wat zijn als ik ooit aan mijn kleinkinderen kan vertellen: het was bepaald geen makkelijke tijd. Maar wel een periode waarin ik opnieuw werd geboren. Het brengt twee vreemde woorden – ‘corona’ en ‘pasen’ – opeens heel dicht bij elkaar.

Gebaseerd op het artikel ‘The Moral Meaning of the Plague’, New York Times, 26 maart 2020. Van David Brooks verscheen vorige week de Nederlandse editie van zijn nieuwste boek: De tweede berg.

Wat nu of juist nu?

18 maart 2020 Geplaatst door Geen categorie Geen reactie

Dagelijks zoek ik naar woorden die goed doen.
Woorden die me op scherp zetten maar geen paniek zaaien.
Woorden die duiden en verdiepen.
Die krachtig en eenvoudig zijn.
Woorden die me doen inzien dat de situatie ernstiger is dan ik dacht en tegelijk hoopvoller dan ik kon vermoeden.

Eén van de mensen die vaak zulke woorden heeft, is de aartsbisschop van Canterbury. Na de paus van Rome is hij de belangrijkste christelijke leider in het Westen.
Aartsbisschop Justin, zoals hij zichzelf meestal simpelweg met zijn voornaam introduceert.
Een man die jarenlang werkte in de olie- en gasindustrie voordat hij zich aan de kerk verbond.
In een brief aan alle Anglicaanse kerken – gisteren geschreven – zegt hij twee dingen die me helpen.
Ik geef ze graag door.

Eerst begint hij met een aanmoediging om te bidden en een dankwoord voor alle gebeden die in deze situatie worden gedaan.
De paus doet dat ook altijd.
Niet als religieuze riedel.
Paulus, de stichter van het christendom, hamerde er op: bid zonder ophouden. Bid onder alle omstandigheden.
Wat is bidden?
Alsof hij de huidige crisis aan zag komen: aartsbisschop Justin maakte in januari vijf mooie korte filmpjes.
Hij onderzoekt daarin verschillende manieren van bidden, van vragen om tot danken voor, van vrede vinden tot het uiten van je machteloosheid of woede.
Die filmpjes zijn bedoeld, zegt hij zelf, om te praten met God.
Voor wie dat nu al doet maar aarzelt – of voor wie het graag wilt leren.
Je vindt deze content hier: https://www.archbishopofcanterbury.org/exploring-prayer
Ik kijk vanaf vandaag dagelijks één van de vijf filmpjes en neem de inhoud de rest van de dag met me mee.

En verder staat elk bedrijf en elke organisatie in deze tijd voor de opdracht: wat nu?
Bondscoach Ronald Koeman zei gisteren over het Europees Kampioenschap voetbal dat zomaar een jaar wordt uitgesteld: ‘jammer, maar er zijn belangrijker dingen.’
Ook de KNVB heeft nu wel even andere dingen aan het hoofd.
Wat zegt de kerk?
Aartsbisschop Justin zegt: “De kerk is een organisatie die bestaat voor haar niet-leden. In een tijd waarin allerlei normale patronen van kerk-zijn niet door kunnen gaan, moeten we niet de indruk wekken dat we de zoveelste winkel zijn die tijdelijk dichtgaat.
Onze winkels zijn meer open dan ooit.”
En ik denk: dat klopt natuurlijk wel.
Zo zou het moeten zijn. Juist nu.
Jezus creëerde geen beweging van kerkgebouwen. Evenmin van handige online tools.
Hij wilde een beweging van mensen.

En dus?
Aartsbisschop Justin zegt: bid voor mensen.
Geef praktische support.
Hou de voedselbanken open.
En let extra op degenen die in normale omstandigheden al kwetsbaar zijn.
Dingen doen voor mensen die geen lid zijn van je club.
Zo simpel kan het zijn.